[nog opmaken]

Ouders willen dat de kinderen geen last hebben van de scheiding. Waarom lukt het de ene gescheiden ouderstel wel en het andere niet om hun kind weer in balans te krijgen?

Gescheiden ouders die een verbindende houding ten opzichte van elkaar hebben na de scheiding geven het kind een gezonde bedding waarin het kind zich verder kan ontwikkelen.

Kinderen van gescheiden ouders die het niet lukt de spanningen na de scheiding te verminderen, elkaar blijven afwijzen en de non-verbale behoeften van een kind niet of  te weinig zien, leven in een sfeer waarin de kans groot is dat het kind uit balans raakt. Dit kan gedragsproblemen veroorzaken waaronder andere driftbuien, controlegedrag, teruggetrokken gedrag, te veel gaming, eten, dwangmatig gedrag, problemen in concentratie en motivatie op school. Een kind reageert bewust en onbewust op het conflict tussen de ouders.

Ouders kunnen zelf en samen iets doen om het kind weer in balans te krijgen. Het kind heeft er veel aan als de ouder zelf weer in zijn of haar kracht komt; dat de ouders er samen aan werken om elkaar weer in te sluiten als ouderschapspartners en dat ze kijken naar hoe ze de behoeften van het kind goed zien en er erkenning aan geven. Ook grootouders en stiefouders kunnen iets doen. Deze werkwijze maakt helder wat deze volwassenen kunnen doen voor het kind en hoe de professionele begeleider hen daarbij kan helpen.

Deze training kun je in twee modules volgen.

Hoe een scheiding uitwerkt op kinderen kun je grofweg indelen op vier manieren. Je herkent het aan hoe kinderen iets zeggen over de scheiding van de ouders.

Kinderen willen hun ouders niet afvallen en de problemen kleiner maken dan ze zelf ervaren. Ze zeggen: ‘Mijn ouders doen het goed’, of ‘Mijn ouders doen het oké’, of ‘Het is niet zo leuk tussen mijn ouders.’

Afwijzen
Als een kind zegt: ‘Het is niet leuk tussen mijn ouders’, dan is de kans groot dat het overlevingsmechanisme van de ouders ervoor zorgt dat ze elkaar steeds weer afwijzen: de spanning in het gebroken systeem blijft en het lukt de ouders niet werkbare afspraken met elkaar te maken. Er zijn steeds weer nieuwe conflicten die ze niet oplossen.
Ze reageren vanuit hun eigen innerlijke pijn en het eigen belang. Ze zijn niet in staat te rouwen, te reflecteren en het eigen aandeel te nemen. Dit is een afwijzende bedding die belastend is voor het kind.

Als een kind of jongere onbedoeld belast worden door de scheiding van de ouders, laten ze dat indirect zien in hun gedrag: terugkerend emotionele uitbarstingen (driftbuien, verdriet, angsten), concentratieproblemen, controle gedrag, vermijdend gedrag door loyaliteitsconflicten (liegen, er om heen draaien, geen keuze maken), problemen met gezag, neiging verslaving of tot conflicten, te veel of te weinig eten. Het kind is uit balans. Ook als één ouder een afwijzende houding heeft, is dat belastend.

Insluitend
Als kinderen ‘Het oké vinden’, hoe hun ouders het doen, kun je aannemen dat de ouders hun best doen een insluitende houding ten opzichte van elkaar in te nemen. Ze praten neutraal over elkaar.

Het lukt hun overlevingsmechanisme over het algemeen best goed om de emoties in te houden. Ze hebben houvast aan de afspraken in het ouderschapsplan. Soms is er spanning doordat ze iets voor het kind moeten bespreken wat niet goed lukt.

Maar het kind voelt onbewust dat er nog onverwerkte gevoelens zijn bij de ouders. Onbedoeld kan een kind hierdoor uit balans raken, want het voelt toch nog spanningen in de interactie tussen ouder en kind.

Verbindend
Waar kinderen zeggen dat de ouders het goed doen, is er genoeg verbinding tussen de ouders en geen of nauwelijks afwijzing. De ouders spreken elkaar regelmatig, hebben hun eigen aandeel in de scheiding onderzocht en gedeeld.
Hierdoor hebben ze elkaar opnieuw ingesloten als ouderschapspartners en zijn ze instaat samen met het oorspronkelijke gezin iets te doen.

Het kind kan vrij bewegen tussen de ouders, ervaart permissie om van beide ouders te houden en over hen te praten.

In het gebroken systeem waar ouders een nieuwe verbinding hebben gevonden, is het kind weer in balans gekomen.

Indien het niet lukt om ouders van een afwijzende houding naar een insluitende houding te krijgen, is het nodig dat ouders een contact-arme bedding maken. Er is nauwelijks contact, vaak begeleidt door professionals met ondersteuning voor het kind. Dit wordt ook wel parallel ouderschap genoemd.
Hoe kun je ouders begeleiden om een gezondere houding ten opzichte van elkaar in te nemen, zodat hun kind meer in balans komt?
Bij scheidingen spelen veel dynamieken tegelijkertijd: innerlijke pijn bij de ouders, systeemwetmatigheden die uit balans zijn, hechtingspatronen die een afwijzende houding geven, en mogelijk onverwerkte gevoelens van de ouders uit de kindertijd. Daarnaast is er vaak een onbewuste invloed van onverwerkte gevoelens van ouders en grootouders. Ouderschap waar mogelijk trekjes spelen van psyco-sociale problematiek maken samenwerking moeilijk.

Methode Kind weer in balans na de scheiding

Om een kind na de scheiding weer in balans te krijgen staan drie denkwijzen centraal:  systeemwetmatigheden, hechtingspatronen en overlevingsmechanismen na trauma. Deze combinatie geeft meer inzicht. Als de begeleider meer ziet, kun je meer oplossen. Het doel is om ouders in een meer insluitende of verbindende houding ten opzichte van elkaar te krijgen en hen te ondersteunen in wat het kind nodig heeft. Dit laat het niet helemaal zien. Een kind benoemt niet alles van wat het nodig heeft na de scheiding. Systeemwetmatigheden zijn meer dynamieken die we voelen en waar we geen woorden voor hebben. Een voorbeeld is dat een kind wil niet dat de ouders elkaar afwijzen, de meeste kinderen willen de ouders niet afvallen dus zeggen ze dit niet. De methode maakt helder wat gescheiden ouders, stiefouders en grootouders te doen hebben om het kind weer in balans te krijgen.

De taak van de professionele begeleider is de gescheiden ouders, stiefouders en grootouders steeds weer mee te nemen in het belang van het geheel voor het kind. Je maakt helder wat de ouder zelf kan doen en wat ze samen te doen hebben. Zelf kan het werken aan om van een afwijzende houding naar een insluitende houding te komen, en samen kunnen ze werken aan het neerzetten van een insluitende of zelfs een verbindende bedding aan te bieden. Het vraagt van de begeleider om meerpartijdigheid, systemische inzichten en vragen, veiligheid voor kwetsbaarheid, onderzoek naar de eigen beschermingsmechanismen, individuele gezinsopstellingen,  procesaspecten bij een complexe scheiding en werken met alle gezinsleden van het gescheiden en samengestelde gezin.

Overlevingsmechanismen hebben meerdere oorzaken. Daar liggen overtuigingen, verwachtingen en diepere overtuigingen onder. Kinderen kunnen dit overlevingsgedrag overnemen, resoneren erop of ontwikkelen onbewust een eigen overlevingsreactie. Het gedragsprobleem van een kind, is meestal gerelateerd aan onverwerkte gevoelens, de systeemordening is uit balans is of de manier waarop omgegaan wordt met conflicten. Het doel van werken vanuit het gedachtegoed van systemsich werk het kind en het (gescheiden) gezin weer in balans te krijgen zodanig dat zorgen verdwijnen en er weer meer verbinding is.

Als er maar één ouder is die een beweging wil maken, kan er nog steeds een gezonde beweging komen voor de ouder en het kind.

Kind weer in balans 1: Lesdag 1,2 en 3

Lesdag 1: Het systeem

  • Kader: Systemisch werk, hechtingspatronen en trauma en overlevingsmechanismen;
  • Wat gescheiden ouders kunnen doen voor hun kind: 7 systeem-stappen-model;
  • Perspectief vanuit gescheiden ouder, kind, grootouder, stiefouder en professionele opvoeder;
  • Het belang van het oorspronkelijke gezin voor het kind;
  • Invloed van plek, taak, en resonantie;
  • Wat het met het kind doet als de ouders elkaar afwijzen;
  • Wat is het eigen proces van de ouder en wat hebben ze samen te doen?
  • Oefeningen en casustiek.

Lesdag 2: Hechting en loyaliteit

  • Hechtingspatronen ouder en kind;
  • Loyaliteit vanuit systeemwetmatigheden en vanuit hechting;
  • Hoe kun je parentificatie en triangulatie verminderen;
  • Hoe begeleid je een ouder op verwerken van de verlies ervaring bij scheiding;
  • Hoe begeleid je de ouder van een afwijzende houding naar een insluitende houding?
  • Wat is oudervervreemding en ouderonthechting, hoe kun je het verminderen?
  • Oefeningen en casustiek.

Lesdag 3 Kind en adolescent bij scheiding

  • Wat zijn de behoeften van een kind en adolescent bij scheiding, wat vertellen ze wel en niet?
  • Leerstrategieen bewust en onbewust;
  • Hoe geeft een ouder permissie van de andere ouder te houden;
  • Hoe kunnen gescheiden ouders ruimte geven aan de adolescent in de eigen ruimte innemen;
  • Wat heeft een kind nodig bij trauma en overlevingsmechanismen?
  • Loyaliteit van kinderen en adolescenten.

Kind weer in balans 2: lesdag 4, 5 en 6

Lesdag 4 Reactiepatronen, trauma en overlevingsmechanismen

  • Hoe kun je werken met een ouder op reactiepatronen;
  • Hoe herken je hardnekkige reactiepatronen en reageer je erop;
  • Model van Franz Ruppert;
  • Werken met één ouder op de resonantie van innerlijke delen en verlangen;
  • Hoe herken je trekjes van psychopathologie (narscisme, borderline, autisme) en hoe kun je er over adviseren tav ouderschap.
  • Wanneer adviseer je parallel ouderschap;
  • Samenwerking met Jeugdbescherming;
  • Oefeningen en casustiek.

Lesdag 5 Hoe los je zorgen om gedrag en loyaliteitsconflict écht op?

  • Belang van verbindende bedding;
  • Hoe kan een ouder het eigen aandeel nemen?
  • Hoe kun je ouders helpen het loyaliteitsconflict samen op te lossen?
  • Hoe werk je met een ouder zodat het kind vrij kan bewegen en vrij is van belastende systeemresonantie;
  • Hoe kunnen ouders hun kind leren conflicten beter op te lossen;
  • Oefeningen en casustiek.

Lesdag 6 Belang van verbinding in het samengestelde gezin

  • Hoe begeleid je de stiefouder het kind in balans te brengen (7 stappen model;
  • Hoe begeleid je grootouders het kind in balans te brengen (7 stappen model);
  • Hoe help je de gescheiden ouder het geheel te verbinden en waarom dat van belang is voor het kind;
  • Ondersteun ouder de relatie met eigen ouder (grootouder) te verbeteren;
  • Oefeningen en casustiek.

Theoretische achtergrond:

  • Systemisch werk van Hellinger, Hausner en Nelles;
  • Traumatheorie van Franz Ruppert.

Het oefenen van individuele gezinsopstellingen en andere interventies doen we ongeveer de helft van de lestijd. Hierbij is het onderzoeken van je persoonlijke ervaringen is ook onderdeel van de training.

Je eindopdracht wordt telefonisch nabesproken, hiervoor wordt een afspraak gemaakt.

We oefenen meer dan de helft van de lestijd. Je leert te werken  met systemische interventies waaronder een individuele gezinsopstelling, en gespreksvaardigheden. Wat je niet leert is het begeleiden van opstellingen met representanten. Het onderzoeken van je persoonlijke ervaringen is ook onderdeel van de training.

Zelfstudie
Naast de lesdagen en het consult wordt verwacht dat je in totaal 26 uren stopt in voorbereiding en thuisopdrachten.

Studiepunten
Accreditatie voor deze cursus bij:

  • 85 studie-uren toegewezen door het SKB (Stichting Keurmerk Beroepsscholingen voor de Complementaire Gezondheidszorg)
  • 10,5 registerpunten via het Registerplein (ID nummer: 265579) voor het opleidingstraject voor bij Registerplein geregistreerde maatschappelijk werkers, sociaal agogen en ggz-agogen. Geldt als één geaccrediteerde training voor bij Registerplein geregistreerde gezinshuishouders.
  • 35 PE punten door ABvC voor de segmenten Psychosociale ondersteuning en Jeugd en jongeren.

De trainer is drs. Kita Bronda.

De training is een bijscholing voor hulpverleners (therapeutische begeleiders) met minstens een HBO-vooropleiding. Vanwege de korte duur van de cursus is er geen vrijstellingsbeleid.

Kleine leergroep

Er is een kleine leergroep van 2-6 deelnemers om de vaardigheden van het begeleiden van kinderen en opvoeders zo gedegen mogelijk over te brengen. Er is dus veel aandacht voor jouw leervragen.

In de training zit besloten:

  • 6 lesdagen in een kleine groep;
  • e-learning;
  • Boek 'Onrust in het kinderhart' van Kita Bronda;
  • Reader;
  • 6 vilten matjes;
  • Thee, koffie en een lunch;
  • Telefonische bespreking van de eindopdracht;
  • Certificaat;

Je kunt de training in één keer volgen of in twee modules.

Training 6 dagen in een keer:
Als je de training in een keer volgt zijn de deelnamekosten € 899,-. De losse modules zij 479, per module.

Bij  betaling 6 weken voor de start, levert je dat een vroegboekkorting op van 10 %.

Voor het volgend van de tweede module is dat je module 1 of de 3-daagse Gedragsproblemen kinderen oplossen met Systemisch werk hebt gevolgd.

De deelnamekosten zijn vrijgesteld van BTW.

De cursus wordt gegeven in Utrecht, Hooghiemstraplein 78. Deze locatie is goed bereikbaar met auto en openbaar vervoer.

Data najaar 2018:

Kind weer in balans 1: lesdagen 1-3 : ma 8/10, ma 29/10, ma 12/11;
Kind weer in balans 2: lesdagen 4-6:  vr 23/11, ma 3/12, ma 17/12;
vroegboekkorting voor 15/9.

Link naar de algemene voorwaarden en privacy verklaring.

Je kunt je aanmelden via de onderstaande link. Je ontvangt dan een mail met een betaallink. Je kunt dan zelf bepalen wanneer je de deelnamekosten betaalt, of een of twee modules volgt en of je in termijnen wilt betalen. Je deelname is definitief bij na de (eerste) betaling. Je ontvangt daarna het boek Onrust in het Kinderhart per post.

Aanmeldlink training najaar 2018

Data voorjaar 2019
Kind weer in balans 1 lesdagen 1-3 : ma 1/4, di 16/4, do 16/5;
Kind weer in balans 2 lesdagen 4-6:  ma 27/5, di 18/6, di 2/7;

Data najaar 2019
Kind weer in balans 1 lesdagen 1-3 : ma 7/10, di 29/10, wo 6/11;
Kind weer in balans 2 lesdagen 4-6: do 21/11, ma 2/12, di 17/12;