Driedaagse nascholing

[Kind en ik] biedt nascholing die de leerkracht ondersteunt bij het verhogen van het leervermogen van de leerlingen. Het leidt tot meer rust in de klas en het verhoogt de concentratie van alle leerlingen in de klas. Het kan problematiek rondom pesten, conflicten, diversiteit, slechte motivatie, leerlingen die slecht in hun vel zitten door gedoe thuis, verzachten of oplossen.

Lastig gedrag verstoort de concentratie van de hele klas. [Kind en ik] biedt een nascholing voor leerkrachten om meer op de rust in de klas te krijgen en het concentratievermogen door te werken met systeemdynamieken.

Lastig gedrag van een paar kinderen

In de klas kunnen een paar kinderen met lastig gedrag veel invloed hebben op de hele klas: er ontstaan lastige groepsprocessen en het verstoort het concentratievermogen van andere kinderen. Het zijn vaak dezelfde kinderen die onrust veroorzaken. Kinderen worden beïnvloed door verbale- en non-verbale interactie zowel op school als in het gezin. Hoe kun je als leerkracht hier meer rekening mee houden, zodat je het concentratievermogen van de leerlingen kunt verhogen?

Verbale en non-verbale interactie

School is gericht op het stimuleren van de cognitieve vermogens, dat doen we via praten, doen, nadoen en leren. Daarover is interactie tussen de leerkracht en de leerling nodig en concentratie. In de interactie spreken we het denkvermogen aan, maar er is ook veel voelbaar in de interactie. Vooral kinderen, waar de denkvermogens in ontwikkeling zijn, voelen veel in de interactie. Het is voor hun lastig om precies te benoemen wat ze voelen, omdat ze dat ook nog moeten leren.

Drie soorten gevoelens

We kunnen drie soorten gevoelens onderscheiden in de interactie. Twee daarvan benoemen we af en toe. De derde is vrij onbekend.

De drie gevoelslagen zijn:

  • Gevoelens nu: gevoelen die we spontaan ervaren in het heden door bijvoorbeeld een stoot aan iets hards (fysieke pijn) of een spontane ontmoeting met een dierbaar iemand (blij);
  • Eigen oude gevoelens: deze zijn voelbaar wanneer we onze boosheid of verdriet heftiger is dan bij de situatie past. Boosheid, verdriet of angst die we eerder niet hebben geuit, maar binnengehouden, komt nu meer in het gevoel dat we uiten. Het is een gestapeld gevoel geworden;
  • Systeemgevoelens; gevoelens die bij iemand anders horen resoneren in ons zonder dat we het door hebben. Een gevoel van een leerling is voelbaar voor een andere klasgenoot, een leerling resoneert onbewust op een leerkracht die slecht in zijn vel zit, een kind draagt onbewust gevoelens met zich mee die ontstaan zijn bij oma (zie voorbeeld verderop).

 

We hebben meestal wel oog voor de gevoelens nu, en soms ook voor de eigen oude gevoelens. maar de gevoelens die gerelateerd zijn aan de klas als systeem of het gezin als systeem, doen we niet zoveel mee. Als we daar meer naar gaan kijken, kunnen we meer grip hebben op lastig gedrag in de klas en kunnen we het concentratievermogen verhogen.

Klas en gezin zijn systemen

Het werken met de gevoelens van de laag van het systeem komt voort uit het gedachtegoed van systemisch werk. Systemisch werk ziet een mens als onderdeel van een gezin, een familie, een school, het werk: als onderdeel van een systeem van mensen. Deze mensen binnen een systeem beïnvloeden elkaar, en ook de verschillende systemen beïnvloeden elkaar. Een school is een systeem, een klas is daarvan een subsysteem. Een familie is een systeem.

Binnen een systeem beïnvloeden de leden van dat systeem elkaar: een kind wordt beïnvloed door het gezin, door de leerkracht en door de medeklasgenoten. Het komt meestal met fijne gevoelens van huis de klas in, maar soms ook met lastige gevoelens. Daar beïnvloed een kind weer een ander kind.

Wanneer de leerkracht zich goed voelt, kan het de leerlingen positief beïnvloeden. Wanneer een leerkracht minder goed in zijn vel zit, reageren sommige kinderen daar op.

Nascholing voor leerkrachten

In de driedaagse nascholing leert de leerkracht leert over:

  • Het verschil tussen beïnvloeden en corrigeren/opvoeden;
  • Drie gevoelslagen in de lichaamstaal die invloed hebben op een kind;
  • De invloed van stress in ouderschap op een kind, bijvoorbeeld bij scheiding, migratie, jong overlijden van zussen, broer en ouders, adoptie, pleeggezin;
  • Welke onderliggende dynamieken spelen in de klas als systeem;
  • Welke interventies kun je doen om:
    • iedereen het gevoel te geven erbij te horen,
    • lastige gevoelens een plek te geven,
    • het kind een gevoel van plek te geven,
    • conflictgedrag en pestgedrag te verzachten,
    • het zelfvertrouwen en het leervermogen van de leerlingen te verhogen;
  • het versterkt de relatie tussen de leerkracht en de leerling;
  • de leerkracht leert over de invloeden van zijn eigen familiesysteem;
  • welke interventies in het gesprek een leerkracht kan doen als hij contact heeft met de ouders.

Maatwerk

De training wordt op aanvraag gegeven aan een groep leerkrachten, waarbij ook specifieke problematiek waar die groep mee te maken heeft, extra aandacht kan krijgen.

De trainer is Kita Bronda