In de huidige tijdgeest is onze persoonlijke ontwikkeling een normaal onderdeel van ons leven. We denken dieper na over wie we zijn, wat we willen en hoe we het doen. Dat werkt door in onze ouderrol; we kijken anders naar onze kinderen en de betekenis van opvoeden verandert. We vinden gehoorzaam en braaf zijn niet meer het hoogste goed. We vragen ons meer af hoe wij er toe kunnen bijdragen dat ons kind zich vrij voelt in de wereld waarin het later volwassen is. Een wereld die wij overigens nog niet kennen … Hoe kun jij je kind leren gelukkig te zijn?

De invloed die we als ouder hebben op het gedrag van ons kind, hangt samen met het leergedrag van het kind. Daarnaast is ook wat we hebben meegekregen van onze ouders en voorouders van invloed op het gedrag van kinderen.

Jouw voorbeeldrol
Een kind leert voor 90% door te kijken naar hoe anderen het doen. Ouders en andere volwassenen die veel in het leven van kinderen aanwezig zijn, hebben dus een belangrijke voorbeeldrol. Opvoeden is voordoen, zeg maar: ‘voorleven’. De manier waarop je reageert op frustraties, neemt je kind over. Hoe je opstaat en doorgaat na een grote teleurstelling, leert je kind van jou. Daarom kunnen wij van een kind niet iets verlangen dat wij als ouder niet kunnen voordoen. Want hoe kunnen kinderen rustiger worden als de ouders zelf onrust in zich hebben? Misschien ben je niet trots op bepaald gedrag of op hoe je reageert op sommige omstandigheden. Wil je daar naar kijken en onderzoeken wat je wilt verbeteren? Alles wat jij als ouder bereid bent anders te doen, ziet het kind ineens ook als reële mogelijkheid. Daarmee ben je beiden gebaat.

Onbewust gedrag
Liefst 95% van ons gedrag bestaat uit handelingen die we ‘vanzelf’ doen. Deze onbewuste handelingen zijn grotendeels geprogrammeerd in de eerste zes jaar dat we zelf kind waren.
Dat is de periode dat we leren door na te doen en daar niet verder over nadenken. We leren het meeste van onze ouders; bijvoorbeeld wat gevaarlijk is, wat goed en slecht is.
Als we baby zijn leren we dit door non-verbale reacties. Daarna leren we woordjes te koppelen aan objecten en gevoelens. We worden gestimuleerd en leren ons in te houden door ouderboodschappen als ‘dat mag niet, dat wel’, ‘dat is onaardig van je’, ‘pas op dat is gevaarlijk’ of je mag niet huilen’. We worden gemotiveerd door bijvoorbeeld ‘niet zeuren’, ‘kop op’ en ‘je moet lief zijn’. Deze boodschappen hebben de intentie te behoeden voor gevaar en te leren over normen en waarden van de directe omgeving. Een kind slaat ze allemaal op in de hersenen.

Als je zelf een kind krijgt, komen al deze ouderboodschappen weer in je op. De meeste boodschappen zijn goed voor jou geweest en dus ook voor je kind. Zo zijn er ook ouderboodschappen die jij bewust een andere waarde geeft. Dat je je bewust bent van de ouderboodschappen die je hebt meegekregen, maakt van jou een autonome ouder die zijn eigen manier ontwikkelt om de ontwikkeling van een kind te ondersteunen.

Invloed van gevoelens op een diepere laag
Een kind pikt ook gevoelens op vanuit een diepere laag; uit je wezen, ook wel ‘zielsniveau’ genoemd. Op deze laag spelen vaak diepere gevoelens van verdriet of woede die ook hun wortels kunnen hebben in de geschiedenis van familie, zoals bij ouders en generaties voor hen. Het is vaak het gevolg van nare gebeurtenissen; iemand die te jong is gestorven, een ongeboren kind dat overlijdt, iemand die het land van herkomst verlaat, een familielid dat is uitgesloten of een geval van incest. De impact is vaak zo hevig zijn om dat die gevoelens te groot zijn om te verwerken. Men leeft door, maar de pijn, angst of woede blijft aanwezig en voelbaar. De persoon staat daardoor niet meer in zijn volle kracht.

Kinderen voelen dit onbewust. Hun liefdesband met hun ouders is enorm sterk en ze willen dat hun ouders gelukkig zijn. Ze nemen gevoelens over ze voor de ouders draaglijk te maken. De manier waarop kinderen die gevoelens op hun beurt uiten, wordt zichtbaar in concentratieproblemen, onrust, woede, zich terugtrekken, fysieke klachten zonder medische oorzaak of eetstoornissen. Het is hun manier om aandacht te vragen voor de onvoldoende verwerkte gevoelens van ouders of voorouders. Een manier om dit te onderzoeken en te helen is werken met familieopstellingen. Een opstelling laat zien wat er op een onbewust niveau speelt tussen mensen in een (familie)systeem. Een goede begeleider van de opstelling kan helpen dat zichtbaar te maken en daarmee weer evenwicht te brengen in dat familiesysteem.

Voorleven en achter je kijken
Het spreekt voor zich dat het goed is voor een kind als het niet hoeft te leiden onder zo’n ‘erfenis’ van onverwerkte emoties en daardoor meer energie overhoudt voor de eigen ontwikkeling. Het helpt een kind als de ouder zich realiseert hoe hij of zij is als ouder; ‘Hoe leef ik het leven voor? Welke ouderboodschappen wil ik overbrengen aan mijn kind? Liggen er misschien obstakels in mijn familiesysteem? Heb ik daar last van en heeft mijn kind er last van?

Stel je jezelf die vragen en vind je het antwoord, dan brengt dat jou evenwicht en de overtuiging dat je jezelf kunt zijn en onbevangen plezier kunt hebben. Dat evenwicht en die levenshouding zijn de basis voor het geluk van je kind dat jou immers als voorbeeld heeft.

 

©2013 Kita Bronda | Kind en ik, alle rechten voorbehouden.

Wil je dit artikel gebruiken in een tijdschriften, nieuwsbrief of website? Dat kan, zolang je de volgende informatie, met een werkende link naar genoemde website, opneemt: “Door Kita Bronda van Kind en ik. Ga naar www.kindenik.nl voor het aanvragen van het gratis deel van het boek “Onrust in het kinderhart”.