Gezinssysteem

Wanneer er een zorg is over het gedrag van een kind of jongere, kijk ik samen met de opvoeder(s) naar wat er gebeurd is in het leven van het kind en de ouders en grootouders dat mogelijk de oorsprong is van de zorg. Ik kijk dan naar drie soorten gevoelens.

Drie gevoelslagen

We kunnen drie soorten gevoelens bij onszelf onderscheiden:

  1. Gevoelens nu: het gevoel dat je hebt als je je been stoot of een spontane reactie als je iemand tegen komt die je kent (vakterm: primaire gevoelens).
  2. Eigen oude gevoelens: het gevoel dat meekomt in een reactie die je hebt op een situatie. Het gevoel dat meekomt maakt dat de reactie meer lading heeft, bijvoorbeeld je bent bozer dan je wilt, je hebt meer verdriet of bent banger (vakterm: secundaire gevoelens) .
  3. Systeem gevoelens: gevoelens die je voelt, maar die niet bij jou ontstaan zijn, maar bij iemand anders, waarschijnlijk en familielid zoals grootouders. Het kunnen onverwerkte gevoelens zijn die in eerdere generaties zijn ontstaan. Op deze laag gaat het ook over systeemdynamieken in een systeem van mensen. Systeemdynamieken zijn gevoelens als wie heeft welke plek, wie horen er el en niet bij, loyaliteit, geven en nemen en resonantie (vakterm: tertiaire gevoelens).

Gevoelens zijn voelbaar via het hoofd, het hart en de buik. De eerste twee gevoelslagen worden het meest waargenomen via een feedbackloop tussen het hoofd en het hart. De derde gevoelslaag is wordt waargenomen via het hart en de buik. Daar hebben we vaal ook geen of weinig woorden voor.

Waarom zijn die drie gevoelslagen belangrijk?

Als het kind, de jongere of de opvoeder een gevoel van onmacht heeft om het probleem op te lossen, er is al een en ander uitgeprobeerd en het lost niet genoeg op, dan is het goed om naar de diepere systeemgevoelens te kijken. Dat zit waarschijnlijk daar iets dat belastend is. Als die laag tot rust kom, kunnen de ander slagen ook weer oplossen ten goed erna het kind of de jongere. Kinderen en jongeren zijn extra gevoelig voor resonantie van gevoelens van anderen omdat ze nog niet volgroeid zijn.

Je kunt hier meer over lezen in het boek Onrust in het kinderhart.

Welke problemen kan ik voor je oplossen of verzachten met het werken op deze drie gevoelslagen? (omdat dat mijn specialisatie is)

Gedrag bij kinderen of jongeren:

  • driftbuien, woedeaanvallen;
  • teruggetrokken gedrag;
  • te veel of te weinig eten;
  • onrustig gedrag, ADHD, of vermoedens ervan;
  • veel angsten, faalangst;
  • klachten van depressie;
  • motivatieproblemen voor school;
  • sommige leerproblemen;
  • gedragsproblemen in de puberteit;
  • sommige fysieke problemen, buikpijn, eetproblemen.

Problemen tussen opvoeders:

  • conflicten rondom ouderschap;
  • strijd na scheiding;
  • impasse in mediation na de scheiding omdat er nog te veel emoties zijn.

Problemen in gezinnen

  • problemen met stiefouder en stiefkind;
  • stiefouder vindt het moeilijk om plek in te nemen in het nieuwe gezin;
  • conflicten tussen de kinderen.

Werkwijze

Ik werk met één-op-één familie-opstellingen en familieopstellingen met representanten.

In een  één-op-één familie-opstelling werken we met matjes op de grond, waardoor de diepere gevoelslagen zichtbaar worden in de relaties die spelen rondom de vraag die opgelost moet worden.

In een familieopstellingen zijn mensen beschikbaar om de diepere gevoelens zichtbaar te maken over de vraag die opgelost moet worden. Deze mensen weten niets van de situatie.

Meer vragen over familieopstellingen:

Link naar vragen en antwoorden over een familieopstelling

Link naar aanmelden voor het bijwonen van een bijeenkomst familieopstellingen