Eliud Kipchoge is sinds twee weken recordhouder op de marathon. Het vorige record is uit 1967. Eliud verbeterde het met 78 seconden.
Wat kan ik van een marathonloper leren?

Eliud:‘Mijn geest heeft een maand hersteltijd nodig van een marathon.

Mijn hersteltijd is langer. Een kind krijgen roept een diepe verbintenis in je op. Een verbintenis die je ook weer dicht bij de verbintenis met je eigen ouders brengt. Bij mij was die relatie met mijn ouders beladen. Ik merkte dat vooral als ik negatieve reacties had op mijn kinderen.

Toen mijn kinderen jong waren wilde ik mijn negativiteit al uitbannen: ik volgde trainingen in persoonlijke ontwikkeling en een meditatiecursus. Het hielp, maar het gaat laagje voor laagje en tergend langzaam.

Ik leerde dat mijn negatieve reacties te maken hebben met mijn innerlijke pijn; wanneer ik iets indrukwekkends had meegemaakt, drukte ik mijn gevoelens daarover weg. Mijn ouders hadden geen aandacht voor mijn gevoelens rondom hun scheiding. Het was al zwaar genoeg voor hen. Ze deden wat ze konden. Er was geen ruimte voor mijn behoefte als kind. Maar ook resoneerde de negativiteit van mijn ouders in mij: hun pijn waarin zij als kind niet zijn gezien.

Ik heb daar veel tijd voor nodig om mijn pijn te onderzoeken en te verteren. Een maand hersteltijd kan ik niet nemen door alle dagelijkse dingen, maar ik neem wel kleine momentjes op een dag: 20 minuten mediteren, sporten, mijn geest ontspannen als ik even op de fiets zit. Dan vraag ik mijzelf af ‘Wat speelt erin van mij en hoe kan ik het beter doen de volgende keer?’

Eliud citeert Paulo Coelo: ‘If you want to be succesful you must never lie to yourself’.

Eerlijkheid naar jezelf als voorwaarde voor verbetering. Wat vind ik lastig, waar ben ik minder goed in? Hoe kan ik daar anders mee omgaan?
Als ik iets niet wil aangaan, ga ik mezelf afleiden op social media sites. Wanneer ik dat gedrag bij mijzelf registreer, kan ik me weer focussen en zoeken naar een oplossing voor wat er niet fijn voelt.

Eliud wil nooit een training overslaan omdat dat hem het gevoel geeft dat hij de training nooit meer in zijn leven kan inhalen.

Als je merkt dat je regelmatig negativiteit tussen jou en je kind plaats door bijvoorbeeld je kind op een moment af te wijzen, kan er een moment komen dat je kind zich van je afwent. Kun je dit nog inhalen? Familiebanden kennen veel herstelmogelijkheden, pak deze kansen voordat de kansen op zijn.

Interviewer NRC: ‘Hoe weet u dat het de verkeerde keuze is?’
‘Dat kan ik voelen, al mijn zintuigen zeggen dan dat ik het niet moet doen. Negatieve dingen denken of lezen is daar een voorbeeld van. Negativiteit moet je ten alle tijde zien uit te bannen. Ik probeer dat elke dag.’

Ik vind het lastig altijd positiviteit te voelen. Het voelt soms als niet echt. Het leven heeft ook situaties die overweldigend en heftig zijn, dan kun je de positieve kant even niet waarnemen. Bij gebeurtenissen zoals het verlies van een kind, een ouder, een scheiding tussen ouders, stoppen wij eerst onze gevoelens weg omdat we door moeten of omdat het te veel is. Zo doen mensen dat. Als deze ongeziene gevoelens in het onbewuste blijven kan er negatief geladen interactie ontstaan. Ook al is de gebeurtenis meerdere generaties geleden. Om van de negatieve lading af te komen, heb je tijd nodig en een wegwijzer die helpt de pijn vast te pakken en weer los te laten.

Een moeder stelde mij de vraag: ‘Hoe kom ik er van af dat mijn dochter en ik zo negatief op elkaar reageren?’ In een individuele opstelling ontdekte ze dat haar relatie met haar eigen moeder, waarin ze nooit het gevoel kreeg dat ze er mocht zijn, maar dat ze een last was, de bron van haar negativiteit was.

Interviewer NRC: Hoe blijft u altijd positief?
Eliud: ‘Door te beseffen dat je het leven hebt. Zelfs als je mensen om je heen verliest betekent dat nog niet dat je jezelf mag verliezen.’

Op het moment dat ik een kind kreeg was ik niet meer zorgeloos. Je geeft het leven, maar geef je ook een stabiele basis? Kan ik het beschermen van heftige situaties? Ik heb geen garanties. Angst is ook een factor waardoor je negatieve gedachten krijgt.

Ik weet wel dat mijn ‘training van de geest’ iets heeft opgeleverd. Ik kan op mijzelf vertrouwen dat ik niet meer boos wordt op mijn kinderen. Boos zijn is geen optie meer voor mij. Mijn grens kennen ze, en dan gaan we in gesprek.

Echter mijn partner voelt af en toe nog wel mijn negativiteit. Ik heb nog wat werk te doen. Het lijkt wel een marathon.