Blog over nieuwsbericht: Geen scheiding zonder gesprek met het kind ( 28-3-2018)

Deze week werd bekend dat de rechtspraak in Zwolle een pilot start om een gesprek te hebben met de kinderen over de afspraken in het ouderschapsplan. Anders wordt de scheiding niet toegekend. Er is daartoe het Bruggesprek in het leven geroepen: een gesprek o.b.v. een vragenlijst die bij het ouderschapsplan toegevoegd moet worden (zie links onderaan deze blog).

Vanuit het perspectief van de rechter is dit een stap vooruit: het goede aan dit plan is dat het de systeemwet erkent: een afspraak is pas goed als het ondersteunend is aan alle leden van het gebroken gezin.  Als een afspraak tussen ouders één ouder zwakker maakt, dan zullen de kinderen de stress bij die zwakkere ouder voelen en onbewust gedrag vertonen dat goed is voor de ouder, maar niet voor het kind (parentificatie). Als een afspraak een of meerdere kinderen zwakker maakt, is dat niet goed voor het kind en de ouders. Ouders willen dat het goed gaat met hun kinderen. Bovendien kan een ouder vanuit overbezorgdheid iets doen voor het kind dat niet goed is voor het kind (ook parentificatie).

Vanuit hoe het kind weer in balans kan komen na de scheiding is dit een te kleine stap. Het bruggesprek doet geen recht aan de complexiteit van loyaliteit van een kind naar ouders.

Loyaliteit is de liefde van een kind naar de ouders toe. Kinderen krijgen het leven van hen en hoeven daar niets voor te compenseren. Ze geven terug in loyaliteit. Omdat ouders elkaar als partners afwijzen is er altijd een fase van spanningen bij de ouders. Als er spanningen zijn tussen de ouders en et kind vertrouwt er niet op dat het opgelost wordt, ontstaat er een loyaliteitsconflict in het kind. Directe of indirecte vragen over de ouders die in scheiding liggen brengen kinderen in de ruimte waar ze hun innerlijke loyaliteitsconflict ervaren. Dan kan het zijn dan een kind niet vrij reageert op de vragen en er een verkeerd beeld ontstaat over hoe het kind er echt in zit. Loyaliteit is complex en ondervang je niet in een gesprek. Welke factoren zijn van invloed op de loyaliteit in een vraaggesprek?

1. De houding van de ouders ten opzichte van elkaar;
Als ouders in staat zijn een nieuwe verbinding tussen elkaar te maken op basis van ouderschapspartners, ontstaat er weer verbinding in het gebroken gezin en hebben kinderen vaak geen last van een loyaliteitsconflict. Als ouders niet in staat zijn een van een afwijzende houding  minstens een neutrale houding ten opzichte van elkaar in te nemen, dan is de kans op problemen rondom een loyaliteitsconflict bij het kind sterk aanwezig. Di kan zich uiten in driftbuien, terugtrekken, geen keuze maken, liegen..et cetera.

2. Ervaringen die een kind heeft met een ouder;
Kinderen mogen keuzeruimte innemen in loyaliteit naar hun ouders. Dit gebeurt vaak als één ouder of een stiefouder emotioneel of fysiek onveilig is voor het kind of voor een ander gezinslid.
‘Mijn vader heeft mijn moeder geslagen toen ik jong was. Hij was ook vaak boos op mijn broer.’ Dit kunnen al momenten zijn dat een kind een keuze maakt in de loyaliteit. Dit wordt versterkt als de zwakkere ouder (in de ogen van het kind is dat de geslagen ouder) niet in staat is neutraal te zijn ten opzichte van de fysiek onveilige ouder.

3. De loyaliteit tussen broers en zussen;
Het Bruggesprek wil het gesprek met meerdere kinderen uit een gezin combineren. De loyaliteit tussen broers en zussen (vertikale loyaliteit) heeft een andere dimensie dan de loyaliteit tussen ouder en kind. Dit vraagt om meer waarneming en onderzoek dan alleen een vragenlijst.

4. Loyaliteit voor, tijdens en de puberteit;
In de puberteit is de adolescent vaak meer loyaal aan de eigen vrienden dan aan de ouders. Ook spreken ze zich meer uit wat zij nodig hebben in de zorgregeling. Soms is dat minder tijd voor de ouders en meer tijd voor de eigen keuzen zoals vrienden en hobby’s. De jong volwassene kan vanuit meer bewustzijn een keuze maken in loyaliteit.

5. Als er onvoldoende hechting is;
Als de band tussen ouder en kind niet in de jonge fase is opgebouwd; als een ouder een kind (in een fase) heeft afgewezen; als een ouder laat zien dat de nieuwe partner belangrijker is dan het kind; als het kind zelf onvoldoende gehecht is: dit zijn situaties waarin loyaliteit beinvloed wordt aan een onderliggende behoefte aan welkom zijn.

6. De houding van de vraagsteller aan het kind over situaties rondom de ouders:
Als het kind merkt dat de vraagsteller in de innerlijke houding een van de beide ouders uitsluit, zal het kind zich niet vrij voelen te zeggen wat het eigenlijk wilt zeggen. Kinderen zeggen niets of doen maar wat als ze het idee hebben dat ze zich voor een ouder en dus tegen de andere ouder moeten uitspreken.

7. De situatie rondom vragen over loyaliteit:
Loyaliteit is erg gevoelig in de tijd dat de scheiding loopt. De ouders zijn emotioneel gestrest en hebben een afwijzende houding naar elkaar toe. Dit zijn elementen dat een kind verward raakt, zich niet uit in gevoelens over de ouders of de neiging heeft de in zijn ogen zwakkere ouder te ondersteunen. Daarnaast kunnen ouders op een kind inpraten voordat het Bruggesprek plaatsvindt. Tevens kan de gezag-status van rechter een enorme impact hebben op de ouders en het kind. Dat heeft invloed op dat ze zich niet vrij voelen om zich te uiten.

8. Kan de vraagsteller waarnemen wat gedrag is vanuit een loyaliteitsconflict?
Kinderen tot de puberteit uiten zich vaak indirect in opvallend gedrag als zij uit balans zijn. Dit indirecte gedrag kan meerdere oorzaken hebben waaronder een innerlijk conflict in de loyaliteit van een kind. Kan een rechter dit genoeg waarnemen? Ook hiervoor is een vragenlijst of een gesprek niet genoeg.

De complexiteit van loyaliteit maakt dat dit moeilijk te ondervangen is via een vragenlijst of één gesprek.
De intentie van het Rijk en de rechter is te scheiden zonder schade. Schade is sowieso. Er speelt bijna altijd een fase van een loyaliteitsconflict. Maar kinderen kunnen ook weer herstellen.

Om kinderen weer sterker te maken is een langer traject van begeleiding van kind en ouders nodig: herstelgesprekken met ouders samen, individueel, met het kind apart en met het hele gezin zou per ontwikkelfase van een kind toegepast moeten worden om steeds weer te zoeken naar welke afspraken helpen om de gezinsrelaties goed genoeg te houden.

Zo kan loyaliteit weer stromen als een vorm van liefde. Dan zijn er weer groeikansen voor alle leden na de scheiding. Dit vraagt om langere begeleiding dan alleen extra vragen bij het ouderschapsplan.

Link naar nos-bericht
Link naar Rijks-informatie